Uit: Dagboek van August Tholen (2000)

‘Dit is mijn dagboek. Er staat geen enkel geheim in. Johny Paans, die sinds een tijd mijn vriend is zegt dat een dagboek pas goed verkoopt als je het je Geheime Dagboek noemt. Hij zegt dat ik het De Gruwelijke Geheimen van August Tholen moet noemen, maar dat vind ik oplichterij want als iets geheim is moet je het maar niet aan anderen laten zien. Met het geld dat ik er mee ga verdienen ga ik nieuwe vissen kopen want de vissen die ik voor mijn verjaardag kreeg zijn alweer dood. Ik denk dat ze hartstikke oud waren. Ouders geven je altijd ouwe troep en dan zijn ze ook nog verbaast als het doodgaat.’


Uit: Het zwijgen van de vossen (2009)

‘De winter had ingezet, het was koud en ik had de pijnen in mijn hoofd weer. Het zijn niet echt pijnen, meer pijnscheuten, en ik heb ze op de idiootste tijden. Bijvoorbeeld als ik me buk om mijn schoenen te strikken, of als ik iets uit de koelkast pak, en soms als ik helemaal niks aan het doen ben.’

Wat is het dat de veertienjarige Maarten zich probeert te herinneren, of wat hij juist wil vergeten? Hoe hij ook zijn best doet en zich op ‘de witte plekken’ in zijn hoofd concentreert, ze blijven leeg. Alles verandert wanneer Maarten met zijn pleegouders naar een huis in het bos verhuist en hij de eigenzinnige Anna ontmoet. Zij laat hem kennismaken met de geheimen van het bos, met het ‘echte’, en met de mysterieuze vossenjongen.


Uit: Maximiliaan en het bedmonster (2009)

‘Maximiliaan ging met het boek in bed liggen en las tot hij slaperig werd. Hij wilde juist het licht 
uit doen toen hij een geluid hoorde, geschuifel, en iets dat op het geknars van tanden leek. Het 
kwam van onder het bed. Het was het bedmonster! Woehoe- riep het, Woe-hoe! Eerst zachtjes, 
dan harder. Maximiliaan veerde op, legde zijn boek weg en sprong uit bed.’
Boekuitgaven:
Dagboek van August Tholen
Het zwijgen van de vossen
Maximiliaan en het bedmonster
Kas kookt.jpg